Menu:


Vochthuishouding

  

Vochtproblemen

Vochtproblemen komen in 15% van de Nederlandse woningen voor. De oorzaak ervan dient, alvorens tot maatregelen te kunnen overgegaan, te worden vastgesteld. Metingen kunnen onderdeel van dit onderzoek zijn. Daarbij is het niet uit te sluiten dat de bewoner zelf de veroorzaker van het probleem is.


Condensatie

Het neerslaan van waterdamp uit de lucht op of in een constructies, dat binnen gebouwen doorgaans in overwegende mate wordt veroorzaakt door bronnen binnen het gebouw (koken, wassen, ademen) en niet door bijvoorbeeld regen of sneeuw buiten het gebouw, kan tot schade leiden.
Inwatering is natuurlijk geen kwestie van condensatie.

parkeerplaatsonderwater 
Deze omstandigheden veroorzaken geen schade door inwendige condensatie (foto vdln)


Schimmelgroei op oppervlakken of verrotting van constructies kan voorkomen worden door vooraf berekeningen uit te voeren.

Koudebruggen zijn onderdelen van een bouwwerk met een zeer geringe thermische weerstand. Die zijn zeer gevoelig voor condensatie. Daarom kan het noodzakelijk zijn koudebrugberekeningen te maken om vast te stellen of een constructieonderdeel risico op schade kan geven.

Voldoende dampdichtheid van constructies kan inwendige condensatie voorkomen, mits aan de juiste zijde aangebracht en goed uitgevoerd.
 

Relatieve vochtigheid in het binnenklimaat

De mens voelt zich prettig bij waarden van de relatieve vochtigheid tussen 30 en 60%. Voor kunstcollecties worden uit oogpunt van duurzaamheid weer andere eisen aan het vochtgehalte in het binnenklimaat gesteld.
Deze twee voorbeelden geven aan dat vocht in het binnenklimaat vastgesteld en afgestemd moet worden op het gebruik, dan wel de bestemming van de ruimte. Voor veel ruimten is het niet nodig om de relatieve vochtigheid te controleren. Alleen in extreme omstandigheden zal die namelijk buiten de hiervoor genoemde marges treden. In sommige gevallen is het controleren ervan noodzakelijk.